Shiatsu is een Japanse behandelvorm waarbij druk wordt uitgeoefend op het lichaam met vingers, duimen, handpalmen, ellebogen en soms knieën. De naam betekent letterlijk “vingerdruk”. Het is in het begin van de 20e eeuw in Japan ontstaan uit de traditionele massagetechniek anma, met sterke invloeden vanuit de traditionele Chinese geneeskunde.
Hoe een behandeling verloopt
- Je blijft gekleed; comfortabele, losse kleding wordt aangeraden
- De behandeling vindt plaats op een futon of mat op de grond
- Vooraf is er vaak een kort gesprek over klachten of aandachtspunten
- De therapeut voelt vaak eerst de buik af (de “hara”), om in te schatten waar energie vast lijkt te zitten of zwak aanvoelt
- Daarna wordt met langzame, aanhoudende druk gewerkt op specifieke punten en banen, gecombineerd met rekoefeningen en zachte rotaties van gewrichten
- Een sessie duurt meestal 45 tot 90 minuten
Meridianen
Volgens de theorie achter shiatsu stroomt er levensenergie (“ki” of “qi”) door het lichaam via onzichtbare banen, meridianen genoemd. Er worden meestal 12 hoofdmeridianen onderscheiden, elk gekoppeld aan een orgaan(systeem), zoals de long-, maag-, milt-, hart-, nier- en levermeridiaan. Daarnaast zijn er twee extra banen die over de voor- en achterkant van de romp lopen. Elke meridiaan loopt vaak van de tenen of vingers helemaal naar de romp of het hoofd, en zou naast een orgaan ook verbonden zijn met bepaalde emoties of lichaamsfuncties.
Drukpunten (tsubo’s)
Langs deze meridianen liggen specifieke punten, “tsubo” genoemd (vergelijkbaar met acupunctuurpunten). Op deze punten oefent de therapeut druk uit met als doel:
- Blokkades in de energiestroom op te heffen
- Overtollige energie te verspreiden
- Tekortschietende energie juist te stimuleren
Wetenschappelijke kanttekening
Shiatsu is complementaire zorg en geen vervanging voor reguliere medische behandeling, zeker niet bij ernstige of aanhoudende klachten.